Profylaxe

Ivan Sokolov – Wouter Spoelman, NK 2013, Amsterdam, na 25. Tg3.

Over deze partij hebben we al twee stellingen gezien. Een paar zetten na deze stelling kon zwart nog in de partij blijven met 1 zet, maar wit stond al beter en kon voordeel behouden. Nog een paar zetten later had wit een prachtige winst in de stijl van Karpov voorhanden. Maar waar ging het dan mis? Waar gleed zwart van de helling? Waar kon hij met een normale zet nog volop meedoen in de partij? Ik denk dat dat wel eens op dit moment kon zijn. Zwart ging hier verder met

1…Ld5?!
2. c4, Lc6

en na

3. Lc2! h6
4. Dh5!

heeft hij al problemen, er dreigt een nogal hard mat in drie. Wat kan zwart beter doen in de diagramstelling? Het is mogelijk dat er meerdere goede zetten zijn, maar op dit moment heb ik een duidelijke favoriet, een profylactische zet. Dit betekent dat men vooruit kijkt naar wat de tegenstander wil en vast dreigingen uit de stelling haalt die nog niet actueel zijn.

Update:
Hier heb ik weer veel bijgeleerd door even naar Stockfish 4 te kijken. Wat ik goed had, is dat dit het moment is dat zwart begint af te glijden. De rekenaar geeft echter niet slechts een of twee zetten die zwart volop laten meedoen, maar makkelijk een stuk of zeven! Als jochie van twaalf zat ik regelmatig in mijn eentje stellingen te analyseren. Ik was dan altijd fanatiek op zoek naar de beste zet in elke gegeven stelling. Toen ik (veel) ouder werd begon het echter te dagen dat er genoeg stellingen zijn waarin een speler aan zet misschien zelfs wel vijf of zes gelijkwaardige mogelijkheden heeft. Short merkte onlangs nog op dat we van schaakcomputers kunnen leren dat er veel meer mogelijkheden in het spel zitten dan we tot nu toe dachten. Nou, dan is deze stelling een prachtig voorbeeld.

Stockfish 4 heeft wel een duidelijke voorkeur voor 25…Kh8!, een zet die ik nauwelijks heb overwogen. Maar zwart haalt heel koelbloedig Dxf6 uit de stelling (al is dat op het moment geen dreiging: profylaxe!). In een aantal varianten gaat zwart later rustig weer terug naar g8, als dat beter uitkomt. Een aardig voorbeeld als we even doorspelen op een typisch menselijke manier (maar ook wit heeft talloze mogelijkheden op iedere zet): 26. Lc2, Wit dreigt mat in 1, 26…Ph6 27. Lc1, Pf5 Zo. Zwart heeft nu zijn paard naar een mooi actief veld gespeeld. Het gaat nog verder: 28. Dh5, Kg8! Sterke grootmeesters vinden dit soort kleine koningszetten vaak wel, maar niet altijd. De laatste is tegen Th3 gericht, waarop nu g6 kan volgen. De computer vind zwart iets beter staan na 25…Kh8!

De zet die ik op het oog had was 25…f5 om alvast de diagonaal b1-h7 te sluiten. De zet geeft de zwartveldige witte loper wel wat meer activiteit, maar de stelling is hierna gelijk. Ik zag ook nog dat zwart ook 25…b5 kan spelen, weer met het idee om de witveldige loper van wit wat in te perken (zwart pakt veld c4), terwijl zwart met de druk van de andere loper dan maar moet kunnen leven. Merk op dat als zwart het voor elkaar krijgt, het ook een idee is om de koningsvleugelpionnen juist op zwart te zetten. Zo perken ze de zwartveldige witte loper in. In theorie is dit misschien een slim idee: de witveldige witte loper kan namelijk in principe worden geneutraliseerd door de witveldige zwarte loper. Maar of zo’n idee ook uitvoering kan vinden hangt van de concrete stelling af.

Wat ik niet vermoedde, is dat ook 25…Pe5, 25…Pg5, 25…h6, 25…a5 (met het idee a5-a4 om weer de witveldige loper dwars te zitten), 25…b6 allemaal zetten zijn waarmee zwart de evaluatie van Stockfish op de nul punt nul houdt. Schaakcomputers hebben ook niet de waarheid in pacht, er zijn stellingen waar ze niets van ‘snappen’, maar inderdaad, ze laten wel zien hoeveel mogelijkheden volwaardig zijn in een stelling als dit!