2 reacties
  1. Ik zou de loper ontwikkelen door Lg5 te spelen. Zowel zwart als wit zullen een lange roccade spelen?

  2. De spijker op zijn kop Frank.

    1. Lg5

    is inderdaad een veelgespeelde zet hier, en ik vind het ook de meest logische. Waarom?

    – wit ontwikkelt een stuk, o zo belangrijk in de opening.
    – zwart heeft een geisoleerde pion op e4. Door een verdediger van die pion (Pf6) onder vuur te nemen, zet wit de pion meteen onder druk.

    Verder gaat wit inderdaad lang rokeren, want zijn koningsvleugel is verzwakt, vooral op de witte velden.

    Zwart kan zowel kort als lang rokeren. Na

    1. Lg5

    is

    1… 0-0-0

    inderdaad erg populair, maar ook 1…Ld6 wordt veel gespeeld, en, minder vaak, 1…Le7.

    In de partij maakte ik een vrij ernstige fout hier, ik speelde 1. Lb3?
    Ik dacht er maar 1 minuut over na, maar had beter iets verder kunnen kijken. Mijn eerste gedachte was 1. Lf4, wat een betere zet is dan 1. Lb3?, maar, vind ik, minder to the point dan 1. Lg5!
    Daarna zag ik blijkbaar 1. Lb3. Hoe ik erop kwam? Geen idee. Het leek me aardig dat als zwart op b3 zou ruilen, dat ik dan met axb3 een half open a-lijn zou krijgen, met kansen op koningsaanval als zwart lang rokeert. Dat was 1 reden. Er is werkelijk van alles mis mee: (i) zwart hoeft niet te ruilen, (ii) wit moet lang rokeren want kort rokeren is geen optie, dus aan een half open a-lijn heeft wit niets (iii) zwart kan kort rokeren, en als wit dan axb3 heeft gespeeld, heeft zwart een mooi aanknopingspunt voor een koningsaanval met a7-a5-a4. Dit laatste geldt overigens ook zonder dat zwart eerst ruilt op b3.

    Had ik nog een gedachte bij 1. Lb3? Ja, ik dacht dat als zwart een keer Lxc4 zou spelen, en ik zou Dxc4 spelen, dat mijn witte velden op de koningsvleugel dan verdediging ontberen. Ook hier is van alles mis mee: (i) Wit kan ook Pxc4 spelen (ii) Als wit Dxc4 speelt, moet zwart zich eerst zorgen maken om de verdegiging van zijn witte velden. (iii) Wit gaat lang rokeren, en dan geeft het niets als zwart bijvoorbeeld op g2 binnenkomt met zijn dame.

    Wat is er nog meer mis met 1. Lb3? Het haalt de loper weg van de koningsvleugel, waar de loper nuttig kan zijn bij de verdediging van de zwakke witte velden, zelfs nadat wit lang heeft gerokeerd. Bijvoorbeeld: als zwart ooit Le6-g4 speelt, kan de witte loper vanaf c4 terug naar e2 om een aanval op een witte toren op d1 af te wenden.

    De les voor mij? Denk wat langer na 😉 Maar ja, dan kom je weer in tijdnood he. Het lastige aan schaken is bepalen wanneer je even wat tijd steekt in nadenken, en wanneer je zonder te veel schade snel een zet kunt doen.

    De les voor het publiek? Vergeet 1. Lb3, leren van goede voorbeelden gaat veel sneller, en de redenen achter 1. Lg5 zijn simpel genoeg; dat is alles wat u hoeft te onthouden.

.