Loek Van Wely & Ivan Sokolov

Vrienden voor het leven

19 Dec 2012 – Gert Ligterink

Met enige nostalgie denk ik soms terug aan de tijd waarin Hein Donner schreef dat de functie van hulpscheidsrechter hem te zwaar leek voor Lodewijk Prins. Zo’n plagerij is ondenkbaar bij de Nederlandse topspelers van tegenwoordig. Het zijn goede vrienden, die nooit een onvertogen woord over elkaar zullen zeggen. Het is aandoenlijk om ze samen te zien, al zou wat mij betreft een vleugje venijn af en toe geen kwaad kunnen.

Begrijp me goed, ik pleit voor ouderwetse, liefst amusante stekeligheden, niet voor grove beledigingen of ellendige vetes die de sfeer in toernooien verpesten. Rivaliteit is leuk, bij langdurige vetes is niemand gebaat.

Het zou mooi zijn als weer eens een sterke jeugdspeler opstond met de juiste eigenschappen: brutaal, voor niemand bang en gezegend met een verfrissend gebrek aan eerbied voor gevestigde namen. Iemand als Loek van Wely, die in zijn jonge jaren het ingedutte wereldje ruw wakker schudde.

We moesten even wennen aan Van Wely’s komst. Hij verscheen in een tijd waarin de hiërarchie voor langere tijd leek te zijn vastgelegd. Jan Timman, altijd een gentleman, heerste over Schakend Nederland en als hij ooit mocht aftreden, dan zou de al even onberispelijke Jeroen Piket hem als vanzelfsprekend opvolgen. Maar toen was daar ineens die brutale Brabander, die er niet voor terugschrok tegenstanders met een venijnigheidje te prikkelen.

Van Wely had enkele tegenstanders die de kwajongen in hem losmaakten. In een eerdere column heb ik beschreven hoe hij voor zijn eerste partij tegen Jan Timman in het Donner memorial in 1995 weddenschappen afsloot op zijn overwinning. Dat was vragen om moeilijkheden die kwamen in de vorm van een nederlaag in een houdbaar toreneindspel verloor. Toen een jonge toeschouwer bij de analyse na afloop opmerkte dat Van Wely zijn eindspellessen van de jeugdtraining was vergeten, was Timman op zijn post: `Jeugdtraining? Heb jij die dan gehad?’

Vaak hebben we na deze veelbelovende ouverture Timman en Van Wely in Wijk aan Zee elkaar het leven zuur zien maken. Hun gevechten op het podium waren altijd uiterst fel betwist, waarna ze in de perskamer lang doorkibbelden. Het was het een genoegen er getuige van te zijn.

Een andere bijzondere tegenstander was Ivan Sokolov, tegen wie Van Wely in 1994 pijnlijke nederlagen leed in het Hoogovenstoernooi en in het laatste Interpolistoernooi. Maar toen Van Wely een paar maanden later wraak nam in het Kersttoernooi in Groningen, had hij meteen weer praatjes voor twee. Een typerend citaat werd opgetekend in het toernooiboek: `Je kunt altijd precies zien wanneer Ivan verloren staat. Hij begint woest met zijn hoofd te schudden, doet gauw nog een paar zinloze zetten en geeft dan op.’

Ook bij De Variant, de Bredase club waarvoor Van Wely en Sokolov een tijdje samen speelden, merkte de teamleider dat hij twee rivalen in huis had gehaald. Er ontstond een conflict over de vraag wie aan het eerste bord mocht zitten, dat volgens sommigen zo hoog opliep dat Van Wely overstapte naar HSG uit Hilversum. Van Wely ontkent dat overigens. Volgens hem waren er inderdaad een paar venijnige woorden gevallen over de bordvolgorde, maar de reden van zijn vertrek was toch vooral ontevredenheid over de sfeer in het team.

De tijden veranderen. Sinds kort speel ik net als Van Wely en Sokolov voor de Groningse club Sissa, waar de rivalen van weleer uiterst collegiaal met elkaar omgaan. Van Wely haalt Sokolov op in Lelystad, waarna ze samen naar de wedstrijden reizen. En de bordvolgorde is geen enkel probleem. De ene keer zit Van Wely op één en Sokolov op twee of drie. De volgende keer is het andersom. Vrienden voor het leven zijn ze geworden.

http://www.tatasteelchess.com/news/view/id/747/c/Vrienden_voor_het_leven