
Jullie hebben wit. Het werkt als volgt: iedereen mag een zet voorstellen. Alleen een zet. Geen tegenzet, geen vervolgvarianten, niets. Ik reageer met een tegenzet, ongeveer iedere dag zal ik toch wel even vijf minuten kunnen kijken. Zet het zetnummer erbij! Dan kun je namelijk als we al verder zijn nog een deviatie eerder voorstellen door een eerder zetnummer te noemen.
Op deze manier kan iedereen meedoen met oplossen. Ook als je al verder had gezien, krijgen anderen de kans om in te koppen. Iedere combinatie heeft namelijk eenvoudiger en moeilijker zetten. Plezier!
…
De eerste update! Edwin vond 1. Dg5, Lxd7 2. Pf4. Overtuig uzelf er naar hartelust van dat zwart nu verloren is!

De tweede update: Edwin vond dat in plaats van Pd3-f4 ook 2. Lh5+, Ke6 3. Kg1! wint. Dat is wel een felicitatie waard, om een nevenvariant te vinden in een beroemde studie als dit. Wit dreigt 4. De5# en als zwart e5 dekt met de dame verliest hij in alle varianten, bijvoorbeeld 3…, Df6 4. Pf4+, Ke7 5. Pd5+ en de dame gaat verloren. Spelen met de loper op d7 heeft ook geen zin, bijvoorbeeld 3…., Lb5 4. Lg4+, Kf7 5. Pe5+, Ke8 6. Lh5+ en zwart moet al de dame tussenplaatsen. Dus speelt zwart 3…, Pc6. Nu wint wit de loper op d7: 4. Lg4+, Kf7 5. Lxd7. Ik zie nu niets beters dan 5…, Dd6, maar wit wint met het geniale 6. Lxc6, Dxd3 (Na Dxc6 is 7. Pe5+ een lastige paardvork) 7. Ld5! Zwart kan kiezen: mat of dameverlies. Wanneer je dit uitspeelt, valt op hoe goed dame en loper samenwerken.
Daarom speel ik met zwart op 1. Dg5 1…, Ke6+

De beurt is weer aan u!
Derde update: in bovenstaande stelling stelt Edwin 2. Kg1 voor, waarop ik 2…, Lxd7 probeer. Edwin houdt zich nu in om hem niet in te koppen. Deze is te doen hoor!
Update: Bart kopte de voorzet in: 3. Lg4+ wint in dat geval. Na 3…, Kd6 is het mat in 1 en na 3…, Kf7 zitten er zelfs twee matjes in twee in.
Daarom 2…, Kxd7. Hoe nu verder?

Edwin, die al lang tot in het hoekje heeft gekeken, speelt geduldig verder: 3. Pc5+. Hierop probeerde ik 3…, Kd6 maar dit kwam me op 4. Dg3+ te staan. Het paard op c5 is onaantastbaar wegens het rontgenschaak op a3. Ook op 4…, Ke7 wist Edwin me om het hoekje te helpen op h6 uiteindelijk. Daarom dan maar naar het midden van het bord: 4…, Kd5. Echter, na 5. Lc4+! verliest zwart in alle varianten de dame! En ja, dame tegen paard en loper wint, al schijnen er 2 stellingen te zijn die remise zijn.
Dus: 3..,. Kc8 dan maar.
Bart merkt terecht op dat in een echte partij 3…, Kc8 niet de meest kansrijke voortzetting is. Maar iedereen die de oplossing ziet vanaf het volgende diagram, zal het toch met Alexander Seletsky eens zijn dat het de hoofdvariant moet zijn van deze studie. Er volgt: 4. La6+, Kb8 5. Dg3+ (Bart) waarop ik mij genoodzaakt zie in een hoekje te kruipen: 5…, Ka8.

Aan u weer de beurt even van deze stelling te genieten en een gooi te doen naar eeuwige roem. Wit wint, op buitengewoon spectaculaire wijze.